wij zijn een gebouw van 8 app moeder en dochter bezitten 505/1000, de andere 4 eigenaars bezitten 495/1000
in onze basisakte staat : meerderheid van stemmen is 50+1
wij worden een beetje geterroriseerd door moeder en dochter daar ze het grootste aandeel hebben.
Hebben ze gelijk?, en wat met art. 577-6,§7, 4de lid
4 Antwoord
5.10.3 STEMRECHTBEPERKINGEN (pagina 111 = link)
Artikel 577-6, § 7, 4e lid BW
Niemand kan aan de stemming deelnemen, zelfs niet als lastgever of als lasthebber, voor een groter aantal stemmen dan het totaal van de stemmen waarover de andere aanwezige of vertegenwoordigde mede-eigenaars beschikken.
Door deze regel wordt vermeden dat één mede-eigenaar de besluitvorming zou domineren.
Eén mede-eigenaar kan immers voor maximum 50% van de stemmen meetellen terwijl voor elke beslissing minstens 50% + 1 stem vereist is. De wet voert met andere woorden bewust een patstelling in en verplicht de mede-eigenaar die 50% van de stemmen vertegenwoordigt om toch minstens één andere mede-eigenaar aan boord te krijgen alvorens geldig een beslissing kan worden genomen.
Zoals je gelezen hebt gaat het over één eigenaar.
Er zijn acht appartementen , de overige 4 eigenaars ….dus moeder en dochter hebben 4 appartementen in eigendom ?
Heeft de dochter ook een eigendomstitel of enkel de moeder ? Indien niet is er één eigenaar nml. de moeder. De patrimoniumdocumentatie geeft uitsluitsel wie de eigenaar is van een kavel.
Dan is 50 + 1 een feit…moeder en dochter hebben steeds 50 + 1….maar dit belet niet dat u uw rechtspositie zomaar kwijt bent.
U kan steeds beroep doen op een vrederechter om uw rechten te vrijwaren :
VERHAALMOGELIJKHEDEN VAN DE MEDE-EIGENAAR (pagina 135)
a) art. 577-9 § 2, lid 2 Deze eis moet worden ingesteld binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum waarop de algemene vergadering plaatsvond.
Aard van de termijn : wellicht moet deze als verjaringstermijn begrepen worden (er is geen reden om stuiting en schorsing ervan uit te sluiten). Er moet dus binnen die termijn een eis worden ingesteld. Tegen elke nieuwe beslissing moet telkens opnieuw binnen 4 maanden een vordering worden ingesteld (eventueel in hetzelfde geding)116. De termijn van 4 maanden loopt ook wanneer men de onwettigheid van de beslissing grondt op de onwettigheid van de statutaire bepaling die door die beslissing wordt toegepast.
Géén termijn :
b) Art. 577-9 § 3. Bijeenroeping AV door de rechter bij verzuim of onrechtmatige weigering van de syndicus.
c) Toestemming tot het verrichten van dringende en noodzakelijke werken op kosten van de vereniging (art. 577-9 § 4, lid 1)
d) Toestemming tot het verrichten van nuttige werken op eigen kosten (art. 577-9 § 4, lid 2)
e) Wijziging van de verdeling van de aandelen of de lasten (art. 577-9 § 6)
f) Misbruik van minderheidspositie.



