23 Antwoord
https://blog.smartsyndic.be/qa/verhuring-via-bb-en-andere-internetplatformen/
Herlees uw basisakte en RIO.
4/5 nu 2/3
Dilbecchia, bedankt voor uw reactie. Het RME is bijna 50 jaar oud, het RVO – dat momenteel wordt aangepast naar RIO- eveneens een halve eeuw oud. Proberen te verbieden via AV betekent ruzie en onenigheid . Dus, m.i. uit te sluiten. Maar anderzijds lijkt het mij onmogelijk te zijn dat deze verhuurders in orde kunnen zijn met de ‘specifieke verplichtingen van de ME-verhuurder’ (BW 577-10) ? En het RME : “de appartementen mogen slechts verhuurd worden aan eerbare en begoede personen”. Bovendien moeten de verhuurders hun huurders tot een degelijke verzekering van de huurrisico’s en van hun aansprakelijkheid tegenover geburen, andere mede-eigenaars en bewoners verbinden….
Hoe is dat te respecteren als er 2 x per week nieuwe huurders zijn ?
Geachte
Uit onze databank rechtspraak kan ik u citeren :
Vred. Deinze (21 maart 2017) :
Het betrokken appartement is volgens de basisakte bestemd voor privé-bewoning, het kan aldus enkel kan worden verhuurd voor langere termijn en niet voor korte periodes aan toeristen via Airbnb.
NB : Ook was in deze casus was in de basisakten ingeschreven om bij verhuur de syndicus te verwittigen van de volledige identiteit van de nieuwe bewoners en de datum van het ingaan van de bewoning, wat praktisch onuitvoerbaar is bij verhuur via Airbnb.
De VME kan zich dus afhankelijk van de voorziene clausules en bewoordingen gebeurlijk op basis van de statuten verzetten tegen verhuur dat niet voor privédoeleinden is.
Kanttekening: wat met de interpretatie van ‘residentiële’ bewoning ? Begrip ‘privé-bewoning’ ?
Bestemd voor privé-bewoning brengt met zich mee – volgens deze vrederechter – dat het om verhuur voor langere termijnen moet gaan en niet aan voor enkele dagen aan toeristen. Misschien zou residentiële bewoning zo geïnterpreteerd kunnen worden dat het enkel verbiedt het pand te verhuren aan een handelaar (?) .
Astrid CLABOTS
CLABOTS
Meester, bedankt voor uw reactie en bijkomende juridische informatie. “Residentie” vind ik een vrij hoogdravende benaming. Maar zo staat het nu eenmaal in het RME: “De appartementen zijn bestemd voor residentiële bewoning, zij mogen niet gebruikt worden als zetel voor de uitoefening van een beroep” (sic). Louter taalkundig zou ik zeggen: waar men zijn woonst heeft, waar men verblijft. Dus de appartementen zijn bestemd om er in te wonen. Maar juridisch ? In elk geval staat er geschreven “bewoning”. Korte verblijven zijn m.i. geen ‘bewoning’. En de wettelijke en reglementaire verplichtingen worden door deze mede-eigenaars-verhuurders alleszins niet nageleefd. De syndicus zou m.i. de naleving van die verplichtingen kunnen eisen, maar als daar geen gevolg wordt aan gegeven, kan hij/zij dan de verhuur voor korte verblijven verbieden ? Omdat hij/zij toch o.m. als taak heeft wet en reglement te doen naleven ?
en
Enkel verhuur voor korte duur verbieden? Dat kan wel en dat werd onlangs nog eens uitdrukkelijk door de rechter bevestigd (vred. Brugge, 2de kanton, 30.10.2017) . De statuten kunnen o.a. bepaalde bestemmingen uitsluiten, bv. handelsactiviteiten zoals een verhuur als vakantieverblijf. Goed om te weten. In vele statuten wordt er bepaald dat de privégedeelten bestemd zijn voor bewoning of een vrij beroep. Door sommigen kan ook daaruit al afgeleid worden dat verhuringen van korte duur, bv. voor een vakantiewoning, niet kunnen. Dat kan immers niet als gebruik voor bewoning beschouwd worden. Dit is vooral zo als die verhuring systematisch gebeurt of tot stand komt via platformen zoals Airbnb.
Moet zoiets dan in de statuten staan? Neen, dat is niet noodzakelijk. In de zaak die voor de Brugse vrederechter kwam, besliste de algemene vergadering om het verbod op te nemen in het reglement van inwendige orde. Niet alle verhuur voor korte duur werd verboden, maar enkel verhuur voor korte duur die echt systematisch en professioneel gebeurt, bv. via platformen als Airbnb. Occasionele verhuur voor korte duur of langere verhuur moest wel nog kunnen. De rechter vond zo’n beslissing perfect geldig… Het feit dat er door zo’n maatregel dan meestal een of meerdere mede-eigenaars specifiek geviseerd worden, speelt geen rol, vond de rechter. Het verbod geldt immers principieel voor iedereen.



