Het artikel 577-6, § 1, 2e lid B.W. bepaalt: ‘in geval van verdeling van het eigendomsrecht op een privatieve kavel (…) wordt het recht om aan de beraadslagingen van de algemene vergadering deel te nemen geschorst totdat de belanghebbenden de persoon aanwijzen die hun lasthebber zal zijn …’.
Twee belanghebbende mede-eigenaars (echtgenoten) zijn samen eigenaar van zowel een appartement als van twee garages en een kelder in een residentie (mede-eigendom). De notariële akte voor hun aankoop vermeldt in dit geval vier privatieven op beider naam.
Beide belanghebbende mede-eigenaars willen aanwezig zijn op de AV en hebben creatief de wet omzeild door voor het appartement de echtgenoot als lasthebber aan te duiden en voor de twee garages en kelder is de echtgenote lasthebber. Dit is een theoretische splitsing van het eigendomsrecht om samen rechtmatig (?) aan de AV te kunnen deelnemen.
Beiden worden door de syndicus uitgenodigd tot de AV en beiden zijn aanwezig. Hun namen worden door de syndicus afzonderlijk op de aanwezigheidslijst genoteerd. De quotiteiten worden overeenkomstig opgesplitst.
De echtgenoot is bovendien voorzitter van de AV en beraadslaagt en stemt met de quotiteiten van het appartement, de echtgenote beraadslaagt en stemt met de quotiteiten van de garages en kelder.
Andere mede-eigenaars echtparen zullen ongetwijfeld hun “voorbeeld” volgen om samen op de AV te kunnen aanwezig zijn.
De vraag stelt zich als de wet op de mede-eigendom in die zin kan en mag geïnterpreteerd worden ?
1 Antwoord
Ons inziens gaat het hier om een wetsovertreding.
De wetgever heeft er naar gestreefd het aantal deelnemers aan de AV te beperken.
De AV mag niet ontaarden in een “vismarkt”.
Wie heeft er iets gewonnen bij de door u aangeklaagde constructie?
Dan geven wij de voorkeur aan de situatie waar een echtgeno(o)t(e) het spreek- en stemrecht uitoefent en tegenover een andere de AV een gedoogbeleid inzake zijn (haar) aanwezigheid duldt.



