In het flatgebouw is een verbod op “korte termijn verhuur (AirBnB)” ingevoerd. De uitbater van de AirBnB is daarvan op de hoogte gesteld door de syndicus. Hij antwoordde echter dat hij dat een schending van zijn rechten als eigenaar vindt, en dat hij gewoon zal blijven verder doen.
De syndicus had eerst gezegd dat, indien het verbod genegeerd zou worden, hij het zou kunnen afdwingen via de vrederechter. Nu zegt hij dat het toch niet mogelijk is. De mede-eigenaars van wie het appartement praktisch onbewoonbaar geworden is door de geluidsoverlast, zouden zelf naar de vrederechter moeten stappen.
Er worden in het gebouw voor andere overtredingen wel overlast boetes gegeven. Kan dit niet voor AirBnBs, per dag dat ze open blijven?



