Wij zijn eigenaar van een appartementsgebouw in een blok gelegen op een hoek van twee straten. Achteraan hadden wij een mooi zonnig terras met een heel wijd zicht. De aangrenzende gebouwen in beide straten zijn onlangs afgebroken en door één en dezelfde bouwheer vervangen door twee nieuwe residenties. Deze twee nieuwe residenties zijn beide hoger en dieper gebouwd dan de oude gebouwen die werden afgebroken. Als gevolg daarvan is er tussen de twee nieuw opgetrokken residenties slechts nog een kleine strook over langs waar zonlicht op ons terras kan binnen schijnen. De bouwheer van deze twee nieuwe residenties wenst nu die kleine strook nog af te sluiten met een zwarte scheidingswand om zo het binnenkijken van op ons terras naar dat van de nieuwe buren en omgekeerd te vermijden. Zij verwijzen hiervoor naar Art 678 van onderstaande wetgeving van lichten en zichten.
Anderzijds bestaat er naar mijn mening een wetgeving die zegt dat het evenwicht tussen 2 buren gevrijwaard moet blijven en de normale burenhinder niet gestoord mag worden. Brengt de ene buur wijzigingen aan die een impact hebben op het genot van de naburige eigenaar, kan eerstgenoemde moeten opdraaien voor de kosten/compensatie betalen om het evenwicht te herstellen.
Twee vragen hierbij:
Welk van deze twee wetteksten is prioritair?
Indien de wetgeving in verband met lichten en zichten (zie link) prioritair is, kunnen wij de bouwheer van de nieuwe residenties naast ons dan vragen om ipv een zwarte scheidingswand een matglazen wand te plaatsen waar men niet doorheen kan kijken maar die nog wel voldoende zonlicht doorlaat? Voldoet zo’n matglazen wand aan de vereisten van bovenstaande wetgeving van lichten en zichten?
Dank voor jullie advies.
2 Antwoord
Geachte
Het gaat hier niet om prioriteit.
De bewijslast in beide gevallen verschilt.
Burenhinder : beoordeling van al dan niet bovenmatige burenhinder.
Lichten en zichten : beoordeling van de erfdienstbaarheid terzake, niet zozeer bovenmatige hinder te bewijzen , wel dat men de wettelijke erfdienstbaarheid niet zou genieten.
Altijd te overwegen om beide rechtsgronden aan te voeren.
Astrid CLABOTS
CLABOTS



