In ons appartementsgebouw maakt de conciërgewoning deel uit van de gemene delen.
Sinds wij geen conciërge meer tewerkstellen wordt dit appartement verhuurd en ontvangt iedere mede-eigenaar een deel van de huur volgens de verdeelsleutel.
Dit appartement heeft geen kadastraal inkomen.
Volgens onze syndicus mag een RVM geen gemeenschappelijk appartement bezitten
en zijn wij dus verplicht dit te verkopen.
Volgens een andere syndicus geldt dit enkel voor gebouwen opgericht sinds 2000 en mag dit bij oudere gebouwen wel nog.
Wie heeft gelijk ?
4 Antwoord
Geachte
Ik zie niet meteen wat het jaar “2000” hiermee te maken heeft.
Wat wél is, is dat in de dwingende “Appartementswet” staat dat de VME een vermogen beheert met als doel het beheer van de gemeenschappelijke delen. Dat vermogen is roerend, en van de onroerende bestanddelen zijn de eigenaren onverdeeld mede – eigenaar. Toen dit gemene deel als conciërgewoning werd gebruikt, stond vast dat dit deel dienstig was voor het beheer van het gebouw. Dit doel is nu weggevallen. Vraag is in eerste instantie hoe dit in de eigendomsakte van iedereen beschreven staat en hoe u het zou beschrijven (zou moeten beschrijven) als u een private kavel verder verkoopt. Een deel van de verkoop behelst dan ook aandelen in een appartement (dat gemeenschappelijk is (?) en in mede – eigendom verkeert) en dat huurgelden oplevert.
Een mede – eigenaar zou volgens mij wel eens kunnen laten onderzoeken of hij voor dit deel zou kunnen eisen dat het appartement wordt verkocht, zich baserende op het feit dat dit appartement de bedoelde gedwongen mede – eigendom in appartementsgebouwen overstijgt. Hoe de Rechtbank hierover zou oordelen, is koffiedik kijken en zal van de eisende partij wel wat creativiteit eisen. Dit is een zeer bijzondere casus…
Astrid CLABOTS
VILLA JURIS Advocaten



