Er stelt zich een probleem met de verdeelsleutel van de rioleringskosten over 3 aparte gebouwen met elk een eigen VME en basisakte.
Gebouw 1 (5 app & 5 handelszaken), gebouw 2 (kantorencomplex), gebouw 3 (7 app & diverse handelszaken). Gebouwen 2 & 3 werden in een latere fase gebouwd.
Het ondergronds garagecomplex loopt onder de 3 gebouwen met een apart compartiment voor gebouw 1 afgescheiden door een garagepoort.
Gebouw 1 geniet van erfdienstbaarheid voor de inrit en doorgang naar hun garagecomplex.
Gebouw 2 & 3 gebruiken echter de riolering van het gebouw 1.
Er bestaat geen overkoepelende akte die de rioleringskost regelt.
De rioleringskost zou dus verdeeld dienen te worden volgens de quotiteiten.
Gebouw 1 bevat 5 appartementen en 5 handelszaken; het heeft een opp van 1849 m2. De handelszaken zijn eigendom van 1 eigenaar.
Gebouw 2 is een kantorencomplex behorend aan dezelfde eigenaar als de handelszaken in gebouw 1 , met een opp van 4644 m2
Gebouw 3 bevat 7 appartementen en diverse handelszaken met een opp van 1566m2.
De handelszaken behoren opnieuw aan dezelfde eigenaar als de handelszaken in gebouw 1 en het kantorencomplex (=gebouw2)
Logischerwijze zouden de rioleringskosten verdeeld dienen te worden volgens de quotiteiten in evenredigheid met hun resp. opp, gemakkelijkheidshalve omgerekend naar percentages.
Is deze zienswijze correct ?
Eigenaar van handelszaken wil een verdeelsleutel van 3000 met voor elk gebouw 1 derde. Hun formulering luidt: Zoals u stelt is een juiste verdeling een verdeling volgens quotiteiten. Dit is niet volgens %. Dit is ook niet op basis van grootte van eigendom (oppervlakte). Artikel 3.85 §1 van het nieuw Burgerlijk wetboek bepaalt de wettelijke criteria hoe deze worden bepaald. Dit zijn: de netto-vloeroppervlakte, de bestemming en de ligging van het privatieve deel.
2 Antwoord
aanvullend :
Er bestaat geen overkoepelende akte die de rioleringskost regelt.
Art. 3.84. Algemene bepaling
……..
Bij ontstentenis van of tegenstrijdigheid tussen titels, worden de gedeelten van gebouwen of gronden die tot het gebruik van alle mede-eigenaars of van enkelen onder hen bestemd zijn, geacht gemeenschappelijk te zijn.



