In het appartementsgebouw waar ik woon wordt de vraag gesteld of één van de eigenaren “buitengegooid” kan worden?
Ik heb daarover ook al een paar keer iets gelezen.
In welke omstandigheden kan men effectief een mede-eigenaar het gebruiksrecht van zijn/haar appartement ontnemen (uiteraard via een procedure)? Hoe erg moet de situatie zijn? Kunnen er concrete voorbeelden gegeven worden?
Hoewel ik ervan overtuigd ben dat de bewuste eigenaar beter geen eigendom zou hebben in een appartementsgebouw, meen ik dat de hinder niet extreem genoeg is.
1 Antwoord
Eigendomsrecht
Het nieuw art. 3.50 vervangt het vorige art. 544 oud BW , welk weergaf dat het eigendomsrecht “absoluut ” en ” op de meest volstrekte wijze ” toepassing kreeg.
In het nieuw art. 3.50 vindt men deze beschrijving niet meer terug. Wel bepaalt art.3.50 nu :
” Het eigendomsrecht verleent aan de eigenaar rechtstreeks het recht om het voorwerp ervan te gebruiken , hiervan het genot te hebben en erover te beschikken. De eigenaar heeft de volheid van bevoegdheden , behoudens de beperkingen die door de wetten , verordeningen of door de rechten van derden worden opgelegd.”
maw. de wetgever heeft ingespeeld op de evolutie dat het eigendomsrecht niet meer zo “absoluut” is , en dat bv. ook de VME / AV een vinger in de pap heeft , want het is immers de VME die rechten en plichten oplegt aan de mede-eigenaars mbt. het gebruik en genot van de gemeenschappelijke delen en eventueel op de privatieve delen.
Wanneer er buitensporig , langdurig , overlast is kan de VME/AV zich wenden/beroepen op een vrederechter…….
lees op pag.72
https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/003/008/073/RUG01-003008073_2021_0001_AC.pdf



