Art 577-6 BW § 9 van de nieuwe wet op de mede-eigendom van 18 juni 2018 handelt hierover.
1 Antwoord
U haalt de dingen door elkaar §9 heeft niets te maken met de raad van mede-eigendom.
De raad van mede-eigendom is beschreven in Art. 3.90. Raad van mede-eigendom (577-8§1)
Vroeger art.577-8§1 nu nieuw BW = art. 3.90.
Belangrijke vraag is de conciërge mede-eigenaar en lid van die VME ?
want enkel titularissen die stemrecht hebben op de vergadering, kunnen zetelen in de raad van mede-eigendom. Het lidmaatschap is dus enkel weggelegd voor eigenaars (ruime context) en niet voor huurders , derden ect…..
De conciërge is een waardevol iemand en kan inlichtingen/informatie aanreiken aan de raad = win/win situatie.
Art 577-6 BW § 9 = NBW Art. 3.87. Algemene vergadering: organisatie
§ 9. Een lasthebber van de vereniging van mede-eigenaars of iemand die door haar in dienst is genomen of voor die vereniging diensten levert in het raam van enige andere overeenkomst, mag niet persoonlijk of bij volmacht deelnemen aan de beraadslagingen en de stemmingen over de opdracht die hem werd toevertrouwd.
terwijl de raad = Art. 3.90. Raad van mede-eigendom (577-8§1)
§ 1. In elk gebouw of elke groep van gebouwen met minstens twintig kavels met uitzondering van de kelders, garages en parkeerplaatsen, wordt door de eerste algemene vergadering een raad van mede-eigendom opgericht. Die raad, waarvan de titularissen van een zakelijk recht die stemrecht hebben in de algemene vergadering lid kunnen zijn, heeft als opdracht om erop toe te zien dat de syndicus zijn taken naar behoren uitvoert, onverminderd artikel………………………………….;
in bijlage wet mede-eigendom nieuw Burgerlijk Wetboek



