Aan ons appartementsgebouw zijn er achteraan 7 parkeerplaatsen.
In het reglement van mede-eigendom is opgenomen dat de mede-eigenaar het recht heeft recht op het gebruik en het genot van de gemeenschappelijke zaak,
overeenkomstig haar bestemming en in zover zulks met het recht van zijn deelgenoten verenigbaar is. Er staat ook in dat de parkeerplaatsen niet mogen gebruikt worden door de bewoners zelf, maar enkel bestemd zijn voor mensen die tijdelijk aanwezig zijn.
Er is 1 inwoner die heel veel feestjes houdt. Elke vrijdagavond komen een aantal vrienden en dan zijn er wel 5 parkings benomen en dan zijn er maar twee meer over.
Kunnen wij stemmen in het reglement van inwendige orde dat het gebruik van de parkings beperkt wordt, dat bijvoorbeeld de vier rechtse parkeerplaatsen niet door zijn vrienden gebruikt mogen worden zodat er nog plaats is voor de anderen?
Volgens de syndicus kan dat niet omdat de gemene delen voor iedereen zijn, maar het kan toch niet dat hij alle parkeerplaatsen inneemt?
14 Antwoord
De vraag is hoe dit “gelijk” zijn zich vertaalt in een context waar
- niet iedereen een bepaald “iets” evenveel nodig heeft
- de momenten waarop je dat “iets” nodig hebt varieren
- dat de tijdsduur dat je dat “iets” nodig hebt ook varieert
Een vergelijking, stel twee cafe’s hebben gedeelde toiletruimte met 5 wc’s in mede-eigendom met gelijke rechten. De ene cafe heeft dubbel zo veel klanten dan de andere.
Er is een algemene vergadering: de eigenaar van het minst goed draaiende cafe stelt dat zijn klanten soms niet naar de wc kunnen gaan en moeten wachten in een wachtrij en dat dit voornamelijk de schuld is van het andere cafe omdat hun klanten 2x zoveel gebruik maken van het cafe.
Heeft deze eigenaar een punt?



