Onze V.M.E van 98 mede-eigenaars is onderverdeeld in 10.000 st.
Wij weten allemaal dat je niet meer dan over 3 volmachten mag beschikken (artikel BW 577-6§7) maar datzelfde artikel 577-6§7 zegt verder dat je ook over 10% van de volmachten mag beschikken .
Stel dat op de algemene vergadering ( A.V) 7000 stemmen aanwezig zijn door aanwezige mede-eigenaars en volmachten maar twee mede-eigenaars ronselen volmachten en beschikkenelk over 998 stemmen .
Dit zou dus minder dan 10% van de 10.000 ste zijn .
Of bedoeld de wetgever met artikel 577-6§7 hier 10% van de aanwezige 7000 stemmen ? Dan zou de stembeperking per mede-eigenaar 700 zijn ?
Het is een publiek geheim dat enkele mede-eigenaars juist door die ronselarij van volmachten een ganse vergadering t.v.v de syndicus kunnen sturen .
Die 10% kunnen dus een wereld van verschil maken .
Hartelijk dank voor jullie toelichting
3 Antwoord
De wetgever is afkerig tegenover zowel een monopolie als besluiteloosheid binnen de VME.
In uw geval wordt :
”………..het totaal van de stemmen waarover de andere aanwezige of vertegenwoordigde mede-eigenaars beschikken.”
het totaal A (=som quotiteiten alle andere + hun volmachten) opgemaakt.
De stemwaarde van persoon 1 (eigen quotiteiten + zijn volmachten) wordt nu ook beperkt tot A.
Indien alle ME’s, behalve persoon 1, tegenstemmen is er staking van de stemmen en hoort het verder opgehelderd te worden in dialoog (of voor de rechter).
Is er onder de groep alle andere ME’s een is die zich onthoudt dan is zijn stem geneutraliseerd, volgens de algemene regel, en is het agendapunt aangenomen onder het (hier theoretisch) voorbehoud :
”……Voor beslissingen met 3/4 wordt het nog moeilijker. …..”
B.W. Art. 577-9 § 2 (vier maanden !)
16122018



