Heel wat appartementsgebouwen behoren toe aan verschillende eigenaars (= gesplitste eigendomsrechten). Meer bepaald, in geval van overlijden van een eigenaar komen de eigendomsrechten voortaan toe aan verschillende blote eigenaars (wettige erfgenamen/kinderen) en aan een vruchtgebruiker (de langstlevende partner).
Naar verluidt zijn de naakte eigenaars en de vruchtgebruiker echter niet solidair gehouden tot de betaling van de gemeenschappelijke kosten ten opzichte van de vereniging van mede-eigenaars.
Welke gemeenschappelijke kosten, door wie en in welke precieze mate moeten die kosten worden uitgesplitst wanneer de basisakte daaromtrent niets voorziet ?
Met andere woorden op welke wijze moeten zowel de herstellingen tot onderhoud als de grove herstellingen, zijnde het totaal van het kostenaandeel worden verdeeld onder de naakte eigenaars en de vruchtgebruiker als in de basisakte daarover niets uitdrukkelijk is geregeld ?
Wat is ter zake hier de plicht en de praktische taak van de syndicus, het wettelijk orgaan van de vereniging van mede-eigenaars ?
1 Antwoord
De enige plicht van de syndicus in bovengeschetste casus is : ervoor zorgen dat de gevraagde prosie ontvangen wordt.
VME en syndicus zijn vreemd aan de kostenverdeling tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar.
Zij horen zelf te overleggen over onderlinge verdeling van de lasten.
Zo de documenten uitgaande van de syndicus een onvoldoende houvast geven om tot deze onderlinge verdeling te komen dan staat het hen vrij de syndicus bijkomende informatie te vragen.
Vergeet niet dat zij ook hun inzagerecht kunnen uitoefenen.
B.W. Art. 577-8 § 4 11°
De ideale situatie is natuurlijk dat in een supergoede basisakte reeds vooraf bepaald is dat een van beide partijen tegenover de VME voor het volledige gevraagde bedrag verantwoordelijk is, met natuuurlijk voor hem mogelijkheid tot verhaal op de andere partij.
Eventueel kunt u de basisakte aanpassen :
https://blog.smartsyndic.be/qa/wijziging-van-de-basisakte



