In de wet op mede-eigendom staat dat een reservekapitaal moet worden aangelegd binnen vijf jaar na de voorlopige oplevering van de gemeenschappelijke delen van het gebouw. De jaarlijkse bijdrage moet minstens 5% van de “gewone gemeenschappelijke lasten” van het voorgaande boekjaar bedragen (de algemene vergadering kan evenwel met een vier vijfde meerderheid beslissen om deze verplichting niet toe te passen).
Wat wordt beschouwd als “gemeenschappelijke lasten” van het voorafgaande boekjaar?
Zijn dit enkel de courante, lopende kosten (werkkapitaal)?
Of mogen extraordinaire (buiten gewone) kosten van het voorafgaande boekjaar ook meegeteld voor de berekening van die 5%?
Het betreft hier extraordinaire kosten voor enkele grote herstellingen of uitzonderlijke werken die niet via het werkkapitaal van de lopende, courante kosten noch via het reservefonds worden betaald, maar betaald worden via een aparte oproep tot extra bijdrage door de mede-eigenaars (met goedkeuring welteverstaan van deze uitgaven door de algemene vergadering).
1 Antwoord
Het is zoals u kan lezen ” minstens ” 5% vd ” gewone ” gemeenschappelijke lasten…..
Uiteraard staat het de VME vrij om meer dan de vooropgestelde 5% te sparen.
Belangrijker is dat het gespaarde reservefonds kavelgericht dient te gebeuren en dat dit boekhoudkundig ook zo geboekt wordt zodat elke mede eigenaar ziet en weet wat deze gespaard heeft…..al het gespaard geld vormt dan het reservekapitaal/fonds.
Lees met de nodige aandacht : inzicht reservefonds & reservefonds gelijke delen
Hoe men “spaart” het reservefonds spijst…..kan via een vast bedrag of aandelenafhankelijk maakt op zich niet veel uit….belangrijker is dat het gespaard bedrag “kavelgericht” moet gebeuren en ahw. aan dat kavel kleeft…..
Inzicht reservefonds – Informatiepunt voor Mede-Eigenaars
https://blog.smartsyndic.be/qa/aanleggen-reservekapitaal-vlg-qoutiteiten-gelijke-delen/



