Beste,
In een residentie met 64 parkeerplaatsen (garageboxen en parkeerplaatsen) zijn nog niet alle parkeerplaatsen verkocht. De bouwpromotor heeft een nieuwe omgevingsvergunning bekomen waarbij 17 parkeerplaatsen los van het project aan buitenstaanders mogen verkocht worden binnen een straal van 500 m van het project.
De overige 47 parkeerplaatsen moeten bij het project blijven.
De quotiteiten van de garage moeten sowieso opnieuw gestemd worden door de aan het gebouw aangebrachte wijzigingen.
De quotiteiten dienen berekend te worden op basis van art. 3.88, §3 en zoals bepaald in art. 3.85, §1, tweede lid, rekening houdend met de respectieve waarde die wordt bepaald in functie van de netto-vloeroppervlakte, de bestemming en de ligging van het privatief.
De 17 parkeerplaatsen die mogen verkocht worden aan buitenstaanders binnen een straat van 500 m van het project hebben een hogere commerciële waarde dan deze die bij het project moeten blijven.
Vraag: dient de aangestelde landmeter rekening te houden met deze hogere commerciële waarde bij de berekening van de nieuwe quotiteiten voor de garage (1000sten), m.n. met een hogere gewichtscoëfficiënt.
6 Antwoord
Beste,
De bouwpromotor heeft na het verlijden van de statuten van de residentie een vergunning bekomen om 17 parkeerplaatsen te kunnen verkopen aan buitenstaanders. Deze parkeerplaatsen zijn nog eigendom van de bouwpromotor en behoren tot de VME van de residentie. Zo hoopt de bouwpromotor de verkoop te kunnen versnellen.
Voor de 64e parkeeplaats eveneens gecreëerd na de Statuten zijn er nog een quotiteiten bepaald.
Vandaar dat de quotiteiten van de garage sowieso moeten herzien worden en mijn vraag als aan de parkeerplaatsen die aan een groter publiek mogen verkocht worden (buiten de eigenaars van de residentie) een hogere potentiële waarde kan toegekend worden = hogere quotiteiten dan voor de andere parkeerplaatsen.



