Casus concreet:
Huurcontract afgesloten voor een periode van 1 jaar, aanvang nemende op 1 mei 2019 om te eindigen op 30 april 2020. Huurder zegt op 19-12-2019 (respecteert de opzegtermijn van 3 maanden) de overeenkomst op.
Conform artikel 21 §2 van het Vlaams Woninghuurdecreet is de huurder volgens mij een vergoeding verschuldigd van anderhalve maand huur. De makelaar bij wie ik de verhuring heb ondergebracht (en die recent een appartement aan mijn huurder heeft verkocht!) stelt dat de huurder geen vergoeding is verschuldigd omdat de overeenkomst niet vervroegd door hem is beëindigd. Volgens hem zou dat enkel zo zijn als de huurder bijv. in juni zou hebben opgezegd om de overeenkomst eind september vroegtijdig te beëindigen en het volledige jaar dus niet wordt uitgedaan. Ik lees dat allemaal zo niet in art. 21 en vraag mij af of dit naar recht zo kan worden gesteld. Als de stelling van de makelaar juist is, dan graag verwijzing naar de wet en het artikel waar dit dan duidelijk staat vermeld.
Indien alsnog de wettelijke schadevergoeding door mij kan worden opgeëist verneem ik graag van u of dit al dan niet via de (vrede)rechter moet gebeuren.
Ik kijk belangstellend uit naar uw antwoord en dank u hiervoor bij voorbaat.



