tijdens laatste AV september 2016 opmerking gemaakt over
foutieve afrekening 2015/2016 deze werd wel goedgekeurd
met meerderheid maar door mij niet gezien fout
wat is probleem : VME betaalde 13 maanden aan syndicuskosten voor een bedrag van € 1.258
Maand oktober 2015 werd zowel aan nieuwe syndicus betaald
alsook aan oude syndicus ,niet meer verkozen tijdens vorige
AV van september 2015.
Met andere woorden onze huidige syndicus betaalde ten onrechte factuur syndicuskosten oktober 2015 aan vorige syndicus.
Ben tijdens AV door syndicus en commissaris van de rekeningen wandelen gestuurd onder mom van alles gebeurde volgens contractuele afspraken!?Alle facturen worden grondig nagezien.
Meen eveneens dat rekening commissaris fout moest opgemerkt hebben tijdens controle.
Heb nadien per mail mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over antwoorden tijdens AV en volgende vragen ter beantwoording aan syndicus voorgelegd.
-waarom werden syndicuskosten nog aan vorige syndicus betaald?
– Wie was in de maand oktober 2015 syndicus ,wie kon beheersraden stellen,facturen ontvangen,nazien,boeken en betalen?
-welke syndicus had recht op deze vergoeding en natuurlijk wie niet!?
Enige reactie van syndicus ,noteren Uw ongenoegen maar alles gebeurde in samenspraak RVM en trouwens afrekening (foutieve dus) werd door VME goedgekeurd,zonder op mijn vragen te beantwoorden.
Voor mij gaat het niet om de centen ,bijdrage in ten onrechte
dubbel betaalde syndicuskosten is miniem.
Wat mij enorm stoort is dat beroepssyndicus de kosten
€ 1.258 ten onrechte door hem betaald naar VME doorschuift en zich verschuilt achter rvm en goedkeuring afrekening.
Trouwens volgens mij heeft/kan RVM hier niet over beslissen!
Kan een oproeping van alle partijen door de vrederechter hier
een oplossing bieden.
Bedankt voor nodige reacties
paul
3 Antwoord
http://www.biv.be/de-vastgoedmakelaar/deontologie-van-de-vastgoedmakelaar
TITEL II – BIJZONDERE VERPLICHTINGEN VOOR DE VASTGOEDMAKELAAR-BEMIDDELAAR
Hoofdstuk III. De vastgoedmakelaar-bemiddelaar in zijn relatie tot sommige derden en collega’s
Art. 77 en volgende
Deontologische richtlijn betreffende de burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering en borgstelling hebbende tot voorwerp de artikelen 5 en 32 van de plichtenleer van het B.I.V.
DEONTOLOGISCHE RICHTLIJNEN
Deontologische richtlijn betreffende de derdenrekening van de vastgoedmakelaar hebbende tot voorwerp de artikelen 28, 67 en 69 van de plichtenleer van het B.I.V.
2.1. Betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid, moet de polis minstens dekken :
- a) Zowel de contractuele als extracontractuele burgerlijke aansprakelijkheid van de verzekerden, voor lichamelijke, materiële of immateriële schade toegebracht aan derden, in de uitoefening van hun beroep van vastgoedmakelaar zoals omschreven door artikel 3 van het koninklijk besluit van 6 september 1993, hetzij door hun eigen daad, hetzij door een daad van hun aangestelden of, in het algemeen, van alle personen waarvoor zij burgerlijk en/of contractueel aansprakelijk zijn en voortspruitende uit :
nalatigheid, vergetelheid, laattijdigheid, onjuistheid, vergissingen in feite of in rechte, niet-naleving van termijnen, vergissingen naar aanleiding van mededeling van informatie, documenten of fondsen, en in het algemeen voortvloeiende uit om het even welke fout;



