Onze syndicus laat al verschillende jaren na om de voorziene lastgeving art 577-6 § 1 op te stellen en te laten ondertekenen. Quasi alle kavels binnen de VME vallen onder toepassing van dit artikel (huwelijksstelsel, nalatenschap, vennootschap, …).
Het aangehaalde artikel van dwingend recht legt de schorsing op van het stemrecht van de betrokken kavels.
Onze syndicus laat de betrokken kavels ondanks de schorsing toch meestemmen. Zijn de stemmingen en bij gevolg de beslissingen ongeldig?
Gezien het een bepaling van dwingend recht is, zijn de beslissingen nietig? Gaat het om absolute nietigheid of relatieve? Welke termijn voor het verzet tegen de beslissingen?
Wat met de burgerrechtelijke en/of strafrechtelijke aansprakelijkheid van de syndicus?
3 Antwoord
Eigen schuld…dikke bult …
Een vrederechter (vonnis) legt het zo uit :
“Een algemene vergadering betreft een soeverein orgaan. Zij wordt aangestuurd door mede-eigenaars die met kennis van zaken betrokken worden in het beslissingsproces. Zij horen zich vooraf duidelijk en voldoende te informeren over de ernst en de toedracht van gedane voorstellen en beslissingen. Zij kunnen zich bijtijds laten adviseren door een deskundige van hun keuze dan wel zich informeren bij een proffessionele syndicus die als specialist inzake het beheer van mede-eigendommen aandient.
”Niemand kan een rechtmatig belang of rechten vorderen voortvloeiende uit zijn eigen onachtzaamheid of onbetamelijkheid (nemo auditur turpitudinem allegans; ex turpi causa acto non oritur).



