Geachte,
In het oud burgerlijk wetboek staat onder art. 577-2, §9, derde en vierde lid:
‘De aan deze mede-eigendom verbonden lasten, met name de kosten van onderhoud, herstelling en vernieuwing, moeten worden omgeslagen naar evenredigheid van de respectieve waarde van elk privatief deel, tenzij wanneer de partijen beslissen die kosten om te slaan naar evenredigheid van het nut dat de gemeenschappelijke delen diensten die deze kosten teweegbrengen, voor elk van de privatieve delen hebben. De partijen kunnen de waarde en het nut als criteria ook combineren.
De bepalingen van deze paragraaf zijn van dwingend recht’.
Dit betekent m.i. dat alle lasten moeten verdeeld worden volgens de aandelen en niet (gedeeltelijk) per kavel.
In het nieuw burgelijk wetboek vind ik onder art. 3.74 het volgende:
‘Evenredige bijdrage in de lasten.
Elke mede-eigenaar draagt bij in de lasten van de mede-eigendom naar verhouding van zijn aandeel. Deze lasten zijn de nuttige uitgaven tot behoud en onderhoud, alsook de kosten van beheer, de belastingen en andere lasten betreffende het onverdeeld’
Vraag:
Is het art. 3.74 NBW m.b.t. de verdeling van de lasten ook van dwingend recht in het nieuw burgelijk wetboek of niet meer van toepassing en vanaf wanneer? Ik vind dit niet terug.
5 Antwoord
Afdeling 6. – Dwingend karakter
Art. 3.100. Dwingend recht
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van dwingend recht.
De niet met de vigerende wetgeving strokende statutaire bepalingen of bepalingen uit het reglement van interne orde worden vanaf hun datum van inwerkingtreding van rechtswege vervangen door de overeenstemmende wetsbepalingen.



