4 Antwoord
B.W. Art. 577-10 § 4 laatste lid
B.W. Art. 577- 10 § 4 1 ° en 2 °
De verantwoordelijkheid inzake de wetgeving ”appartementsmede-eigendom” ligt dus bij de “verlener van het zakelijk recht”, m.a.w. de verhuurder.
Verblijfsvergunning : open : ”de verhuizing is een immigratie” in:
http://www.uwhuisenhypotheek.nl/voorhetverhuizen
http://www.ravels.be/bevolking/default.aspx?id=1012
Veel genoegen met deze ”kenners van de wet”.
Zie ook :
https://nl.wikipedia.org/wiki/Vereniging_van_eigenaars
Geachte
Hier draagt de syndicus in se geen verantwoordelijkheid voor.
De verantwoordelijkheid ligt bij de verhuurder, zoals hierboven al correct aangegeven.
Misschien is er verwarring wanneer de syndicus een vastgoedmakelaar is die voor individuele mede – eigenaren bemiddelt bij verhuur ? (voor zover dit gezien de nieuwe reglementeringen voor de vastgoedmakelaars nog mogelijk is…)
Astrid CLABOTS
VILLA JURIS ADVOCATEN
Wat de verblijfsvergunning betreft: voor Nederlanders (en andere inwoners van de Schengen-zone) geldt een vrij verkeer van personen. Er is dus helemaal geen verblijfsvergunning nodig.
Wat wél dient te gebeuren is de inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister in de gemeente waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft.
Dit kan een impact hebben op de mede-eigendom, in die zin dat de waterprijs berekend wordt in schijven – in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat in ieder geval toch zo. Elke bewoner heeft recht op een bepaalde hoeveelheid water aan een voordelig tarief, alles wat daarboven wordt verbruikt wordt duurder aangerekend. Maar hoe minder “officiële” bewoners het gebouw heeft, hoe meer water er in de dure schijf wordt gefactureerd.
Vele mede-eigendommen worden door de watermaatschappij niet aanzien als aparte wooneenheid. Vaak is er maar één “officiële” waterteller in het gebouw waar de waterstand wordt opgenomen, en op basis van dewelke de waterfactuur wordt opgemaakt. Als er enkele personen zich niet laten inschrijven in het bevolkingsregister, heeft dat dan meteen een invloed op de waterfactuur van alle mede-eigenaars. En de prijs kan dan snel oplopen! (persoonlijke ervaring in een gebouw waar appartementen verhuurd werden aan eurocraten)
Wat de verblijfsvergunning betreft: voor Nederlanders (en andere inwoners van de Schengen-zone) geldt een vrij verkeer van personen. Er is dus helemaal geen verblijfsvergunning nodig.
Wat wél dient te gebeuren is de inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister in de gemeente waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft.
Dit kan een impact hebben op de mede-eigendom, in die zin dat de waterprijs berekend wordt in schijven – in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat in ieder geval toch zo. Elke bewoner heeft recht op een bepaalde hoeveelheid water aan een voordelig tarief, alles wat daarboven wordt verbruikt wordt duurder aangerekend. Maar hoe minder “officiële” bewoners het gebouw heeft, hoe meer water er in de dure schijf wordt gefactureerd.
Vele mede-eigendommen worden door de watermaatschappij niet aanzien als aparte wooneenheid. Vaak is er maar één “officiële” waterteller in het gebouw waar de waterstand wordt opgenomen, en op basis van dewelke de waterfactuur wordt opgemaakt. Als er enkele personen zich niet laten inschrijven in het bevolkingsregister, heeft dat dan meteen een invloed op de waterfactuur van alle mede-eigenaars. En de prijs kan dan snel oplopen! (persoonlijke ervaring in een gebouw waar appartementen verhuurd werden aan eurocraten)



