3 Antwoord
Er zijn twee ” scholen ”.
De meeste syndici zullen u een prijsvoorstel doen op basis van het aantal appartementen, garages, staanplaatsen etc.
Daar is dan inbegrepen het vervullen van de meeste wettelijke verplichtingen (jaarvergadering, ….)
Voorts rekenen zij zich het recht toe van een individuele eigenaar de kosten aan te rekenen die hij extra zou veroorzaken (rappelkosten,…)
Op basis van een aldus opgemaakt contract en, vertrekkend van het verkeerde standpunt dat de goedkeuring van hun offerte tevens de goedkeuring impliceert van hun werkwijze, rekenen zij de kosten door per kavel.
De andere ”school” redeneert anders.
Zij stelt zich op het standpunt dat de hogerstaande prijsberekening slechts betrekking heeft op een interne kostprijsberekening bij de syndicus maar dat de afrekening binnen de mede-eigendom hierdoor niet kan beïnvloed worden.
De globale gegroepeerde kost (behalve bepaalde individualiseerbare (b.v. rappelkosten)) wordt dan verdeeld volgens de quotiteiten.
Hun voornaamste argument is dat de bepalingen betreffende de mede-eigendom van dwingend recht zijn.



